de minder vlees meter

Zo rekent de minder vlees meter

De minder vlees meter belooft eerlijke cijfers. Hier zie je precies hoe we rekenen, welke keuzes we maken en waar elk getal vandaan komt. Kort samengevat: bij twijfel rekenen we in jouw nadeel, dus liever te laag dan te hoog.

De formule

Voor elk wisselmoment rekenen we: besparing = portie × (voetafdruk van wat je laat staan min de voetafdruk van wat je ervoor kiest). Dat doen we apart voor CO₂, landgebruik en water. Jouw weekprofiel telt op naar een jaar: momenten per week × 52. Kies je “gewoon overslaan”, dan telt de volledige voetafdruk van wat je laat staan als besparing; niet vervangen is de grootste wissel. Sommige wissels kosten juist iets meer land (peulvruchten vragen meer grond dan vis of eieren); dat rekenen we gewoon mee in de land-som. De winst van die wissels zit in CO₂ en water.

Welke cijfers we gebruiken

Alle voetafdrukken per kilo komen uit één bron: de studie van Poore en Nemecek (Science, 2018), in de actuele bewerking van Our World in Data. Dat zijn mondiale medianen over duizenden boerderijen, dezelfde dataset als in onze broodje-aap-artikelen. Een paar ankerpunten per kilo: rundvlees uit de melkveeketen 33,3 kg CO₂, varkensvlees 12,3 kg, kip 9,9 kg, kaas 23,9 kg, eieren 4,7 kg, tofu 3,2 kg, peulvruchten 1,8 kg, groente 0,5 kg. Bij “gemengd plantaardig” rekenen we het gemiddelde van peulvruchten, tofu en groente.

Porties: vlees, vis en eieren rekenen per 100 gram; het Voedingscentrum hanteert 100 gram als portie vlees (in onbereid gewicht), en twee eieren wegen samen ongeveer 100 gram. Kaas rekent per 30 gram, een boterham of een paar blokjes.

Waarom we voor Nederlands rundvlees laag rekenen

Voor rundvlees bestaan twee heel verschillende cijfers: vlees van runderen die voor het vlees worden gehouden (99,5 kg CO₂ per kilo) en vlees uit de melkveeketen (33,3 kg). Het meeste Nederlandse rundvlees komt uit de melkveeketen: uit de slachtcijfers in het WUR-rapport Kansen voor vleesvee blijkt dat circa driekwart van het Nederlandse rundvlees (kalfsvlees niet meegeteld) afkomstig is van uitgemolken melkkoeien. Eén kanttekening hoort erbij: de officiële statistieken maken dat onderscheid niet exact, dus elk percentage is een benadering. Wij rekenen daarom bewust met het láge cijfer. Veel calculators kiezen het hoge; dan lijkt jouw besparing bijna drie keer zo groot. Wij vinden een te laag cijfer geloofwaardiger dan een te hoog cijfer.

Waarom ons watercijfer zo veel lager is

Je kent misschien de claim dat een kilo rundvlees 15.000 liter water kost. In dat getal telt al het regenwater mee dat op weides en akkers valt, water dat ook zonder koeien was gevallen. Wij tellen alleen onttrokken zoetwater: water dat echt ergens vandaan gehaald wordt voor irrigatie en verwerking. Daardoor zijn onze watercijfers veel lager. En eerlijk is eerlijk, ook als het ons verhaal minder goed uitkomt: rundvlees uit de melkveeketen scoort op onttrokken water juist hóger dan vlees van vleesrunderen (2.714 om 1.451 liter per kilo). We tonen wat de data zegt.

Wat (nog) niet meetelt

Het wisselprofiel rekent met vlees, vis, kaas en eieren. Melk als drank, yoghurt en boter tellen nog niet mee. Wissel je die ook, of eet je volledig plantaardig, dan bespaar je dus méér dan de rekenaar laat zien. Vis rekent met kweekvis-waarden; wilde vangst heeft een ander profiel. En bij “meer groente” hoort een eerlijke voetnoot: groente vervangt je eiwit niet, dus plan je eiwit elders in de week. Vraag het een diëtist bij jou in de buurt.

Twee gebruiksmomenten

“Ik wil beginnen” toont wat jouw profiel per jaar oplevert, als vooruitblik. “Ik wissel al” telt op sinds jouw startmaand: de jaarbesparing maal de jaren dat je bezig bent, gerekend in jouw huidige ritme. We reconstrueren geen verleden, en we tonen pas een totaal als je minstens ongeveer een maand onderweg bent.

Dierenlevens: een schatting, geen boekhouding

Wie wil, kan de besparing in dierenlevens zien. Dat tonen we bewust als bandbreedte per diersoort en nooit als één opgeteld totaal met schijnprecisie. We delen de gewisselde kilo’s door wat één dier gemiddeld aan vlees oplevert (CBS-slachtstatistiek met uitsnijmarges: een kip ongeveer 1 tot 1,2 kilo, een varken 55 tot 70 kilo, een rund 200 tot 250 kilo) en we ronden af naar beneden. Kip domineert de aantallen: een klein dier levert weinig vlees, dus een kipwissel “redt” er numeriek het meest, terwijl een rundwissel vooral CO₂ en land wint. Vissen tellen we niet: die worden niet per dier geregistreerd, dus eerlijk tellen kan niemand. En van een kaas- of eierwissel gaat geen dier dood.

Afronden en marges

We tonen maximaal twee significante cijfers en zetten overal ± voor. Vanaf 1.000 kg CO₂ rekenen we in tonnen. De precisie van de bronnen rechtvaardigt geen cijfers achter de komma, en schijnprecisie is precies wat we andere calculators verwijten.

De vergelijkingen: boom en badkuip

Een boom die een jaar groeit legt volgens Milieu Centraal ongeveer 20 kilo CO₂ vast; daarmee rekenen we de boom-vergelijking. In een gemiddeld bad past volgens Milieu Centraal 140 liter water; dat is onze badkuip. Allebei afgerond, allebei met bron.

Waarom onze cijfers lager zijn dan die van andere calculators

Vier keuzes drukken ons cijfer: Nederlandse cijfers in plaats van Amerikaanse, de melkveeketen-waarde voor rund, alleen onttrokken zoetwater, en conservatieve alternatieven (we rekenen peulvruchten op 1,79 kg CO₂ per kilo, niet op de gunstigere erwten-waarde van 0,98). Elke keuze is verdedigbaar, gedocumenteerd en herleidbaar. Daarom kloppen onze cijfers, juist ómdat ze lager zijn.

Bronnen

Peildatum bronnen: 13 augustus 2026. Zie je een cijfer dat beter kan? Meld het ons, dan passen we het aan en loggen we de wijziging.

Terug naar de minder vlees meter